onaangesproken – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of onaangesproken

Adjective: onaangesproken

Indefinite Forms

masc. & fem.onaangesproken
neuteronaangesproken

Comparison Forms

Positiveonaangesproken

Sample Sentences

Adjectives inflected like onaangesproken

inbegrepen, senang, onaangesproken, bestorven, single, bedoven, benigne, bezopen, granieten, smaragden, amethisten, veertiende, veertigste, lichaamseigen, badstof, apatride, zinken, zijden, Groninger, blikken, etc. (List truncated at 20 adjectives)

Etymology

From on- + aangesproken.

Translations