Adjective: gemeenzaam
Indefinite Forms
| masc. & fem. | gemeenzame |
| neuter | gemeenzaam |
Comparison Forms
| Positive | gemeenzame |
| Comparative | gemeenzamere |
| Superlative | gemeenzaamste |
Sample Sentences
-
Het gemeenzame taalgebruik. (Informal language; everyday speech.)
-
Een gemeenzame uitdrukking. (A common expression.)
-
Gemeenzaam klinken. (To sound familiar.)
Adjectives inflected like gemeenzaam
bekwaam,
bewerkzaam,
bedachtzaam,
bereidzaam,
verdraagzaam,
deugdzaam,
gemeenzaam,
leefzaam,
leedzaam,
bidzaam,
leerzaam,
hulpzaam,
bruikzaam,
zorgzaam,
onherbergzaam,
moeizaam,
beweegzaam,
vreedzaam,
bezorgzaam,
buigzaam, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From gemeen (“common”) + -zaam.
Verbs referencing "gemeenzaam"
German Adjectives
gemeinsam.
Translations