Noun: dwaalspoor
Gender: Neuter
Hyphenation:
| Sg. | dwaalspoor |
| Pl. | dwaalsporen |
Sample Sentences
-
iemand op een dwaalspoor brengen: to mislead someone
Nouns inflected like dwaalspoor
zeeoor,
smalspoor,
kruisverhoor,
informatiekantoor,
expeditiekantoor,
sinjoor,
breedspoor,
wederhoor,
politiekantoor,
remspoor,
ezelsoor,
mastspoor,
karrenspoor,
appelboor,
voetspoor,
contactkoor,
VVV-kantoor,
cantoor,
dwaalspoor,
dubbelspoor, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
From dwalen (“to wander”) + spoor (“track”).
Translations