zwingen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zwingen

The word "zwingen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zwingen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zwingend
Past participle - Verleden deelwoord: gezwingd

Cognates

See the 3 cognates of zwingen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzwing
jijzwingt
hijzwingt
wijzwingen
julliezwingen
zijzwingen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezwingd
jijhebt gezwingd
hijheeft gezwingd
wijhebben gezwingd
julliehebben gezwingd
zijhebben gezwingd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzwingde
jijzwingde
hijzwingde
wijzwingden
julliezwingden
zijzwingden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezwingd
jijhad gezwingd
hijhad gezwingd
wijhadden gezwingd
julliehadden gezwingd
zijhadden gezwingd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zwingen
jijzult zwingen
hijzal zwingen
wijzullen zwingen
julliezullen zwingen
zijzullen zwingen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezwingd hebben
jijzult gezwingd hebben
hijzal gezwingd hebben
wijzullen gezwingd hebben
julliezullen gezwingd hebben
zijzullen gezwingd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zwingen
jijzou zwingen
hijzou zwingen
wijzouden zwingen
julliezouden zwingen
zijzouden zwingen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezwingd hebben
jijzou gezwingd hebben
hijzou gezwingd hebben
wijzouden gezwingd hebben
julliezouden gezwingd hebben
zijzouden gezwingd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzwing

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "zwingen"

English swing.

Additional Information