wegvloeien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wegvloeien

The word "wegvloeien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wegvloeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wegvloeiend
Past participle - Verleden deelwoord: weggevloeid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvloei weg
jijvloeit weg
hijvloeit weg
wijvloeien weg
jullievloeien weg
zijvloeien weg

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weggevloeid
jijhebt weggevloeid
hijheeft weggevloeid
wijhebben weggevloeid
julliehebben weggevloeid
zijhebben weggevloeid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvloeide weg
jijvloeide weg
hijvloeide weg
wijvloeiden weg
jullievloeiden weg
zijvloeiden weg

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weggevloeid
jijhad weggevloeid
hijhad weggevloeid
wijhadden weggevloeid
julliehadden weggevloeid
zijhadden weggevloeid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wegvloeien
jijzult wegvloeien
hijzal wegvloeien
wijzullen wegvloeien
julliezullen wegvloeien
zijzullen wegvloeien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weggevloeid hebben
jijzult weggevloeid hebben
hijzal weggevloeid hebben
wijzullen weggevloeid hebben
julliezullen weggevloeid hebben
zijzullen weggevloeid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wegvloeien
jijzou wegvloeien
hijzou wegvloeien
wijzouden wegvloeien
julliezouden wegvloeien
zijzouden wegvloeien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weggevloeid hebben
jijzou weggevloeid hebben
hijzou weggevloeid hebben
wijzouden weggevloeid hebben
julliezouden weggevloeid hebben
zijzouden weggevloeid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvloei weg

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information