weergalmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of weergalmen

The word "weergalmen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: weergalmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: weergalmend
Past participle - Verleden deelwoord: weergalmd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikweergalm
jijweergalmt
hijweergalmt
wijweergalmen
jullieweergalmen
zijweergalmen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weergalmd
jijhebt weergalmd
hijheeft weergalmd
wijhebben weergalmd
julliehebben weergalmd
zijhebben weergalmd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikweergalmde
jijweergalmde
hijweergalmde
wijweergalmden
jullieweergalmden
zijweergalmden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weergalmd
jijhad weergalmd
hijhad weergalmd
wijhadden weergalmd
julliehadden weergalmd
zijhadden weergalmd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal weergalmen
jijzult weergalmen
hijzal weergalmen
wijzullen weergalmen
julliezullen weergalmen
zijzullen weergalmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weergalmd hebben
jijzult weergalmd hebben
hijzal weergalmd hebben
wijzullen weergalmd hebben
julliezullen weergalmd hebben
zijzullen weergalmd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou weergalmen
jijzou weergalmen
hijzou weergalmen
wijzouden weergalmen
julliezouden weergalmen
zijzouden weergalmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weergalmd hebben
jijzou weergalmd hebben
hijzou weergalmd hebben
wijzouden weergalmd hebben
julliezouden weergalmd hebben
zijzouden weergalmd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijweergalm

Translations

  • ring, (tr.) to make something produce a resonant sound
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From weer- + galmen.

    Additional Information