waarnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of waarnen

The word "waarnen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: waarnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: waarnend
Past participle - Verleden deelwoord: gewaarnd

Cognates

See the 4 cognates of waarnen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaarn
jijwaarnt
hijwaarnt
wijwaarnen
julliewaarnen
zijwaarnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewaarnd
jijhebt gewaarnd
hijheeft gewaarnd
wijhebben gewaarnd
julliehebben gewaarnd
zijhebben gewaarnd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaarnde
jijwaarnde
hijwaarnde
wijwaarnden
julliewaarnden
zijwaarnden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewaarnd
jijhad gewaarnd
hijhad gewaarnd
wijhadden gewaarnd
julliehadden gewaarnd
zijhadden gewaarnd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal waarnen
jijzult waarnen
hijzal waarnen
wijzullen waarnen
julliezullen waarnen
zijzullen waarnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewaarnd hebben
jijzult gewaarnd hebben
hijzal gewaarnd hebben
wijzullen gewaarnd hebben
julliezullen gewaarnd hebben
zijzullen gewaarnd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou waarnen
jijzou waarnen
hijzou waarnen
wijzouden waarnen
julliezouden waarnen
zijzouden waarnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewaarnd hebben
jijzou gewaarnd hebben
hijzou gewaarnd hebben
wijzouden gewaarnd hebben
julliezouden gewaarnd hebben
zijzouden gewaarnd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaarn

Translations

  • warn, to make someone aware of impending danger
  • warn, to notify someone of something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "waarnen"

    English warn.

    Additional Information