waarderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of waarderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: waarderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: waarderend
Past participle - Verleden deelwoord: waardeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaardeer
jijwaardeert
hijwaardeert
wijwaarderen
julliewaarderen
zijwaarderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb waardeerd
jijhebt waardeerd
hijheeft waardeerd
wijhebben waardeerd
julliehebben waardeerd
zijhebben waardeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaardeerde
jijwaardeerde
hijwaardeerde
wijwaardeerden
julliewaardeerden
zijwaardeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad waardeerd
jijhad waardeerd
hijhad waardeerd
wijhadden waardeerd
julliehadden waardeerd
zijhadden waardeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal waarderen
jijzult waarderen
hijzal waarderen
wijzullen waarderen
julliezullen waarderen
zijzullen waarderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal waardeerd hebben
jijzult waardeerd hebben
hijzal waardeerd hebben
wijzullen waardeerd hebben
julliezullen waardeerd hebben
zijzullen waardeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou waarderen
jijzou waarderen
hijzou waarderen
wijzouden waarderen
julliezouden waarderen
zijzouden waarderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou waardeerd hebben
jijzou waardeerd hebben
hijzou waardeerd hebben
wijzouden waardeerd hebben
julliezouden waardeerd hebben
zijzouden waardeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaardeer

Translations

  • esteem, to regard with respect
  • appreciate, to be grateful for something
  • appreciate, to view as valuable
  • appraise, determine value or worth
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    appreciëren
    hoogschatten
    inschatten
    schatten, taxeren

    Sample Sentences

    • [...] slechts weder aan wal was ! Zoo zien wij nimmer onzen toestand in het ware licht, voor wij door het tegendeel, er een helderder inzigt in verkrijgen; en datgene wat wij genieten, leeren wij eerst waarderen als wij het moeten missen. Het is naauwelijks mogelijk zich de ontroering te verbeelden, waarin ik mij thans bevond, nu ik van mijn geliefd eiland (zoo beschouwde ik het thans ) op den wijden Oceaan [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch werderen. Equivalent to waarde (“value, worth”) + -eren.

    Verbs referencing "waarderen"

    Afrikaans waardeer.

    Additional Information