voortduwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of voortduwen

The word "voortduwen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: voortduwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: voortduwend
Past participle - Verleden deelwoord: voortgeduuwd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikduuw voort
jijduuwt voort
hijduuwt voort
wijduwen voort
jullieduwen voort
zijduwen voort

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb voortgeduuwd
jijhebt voortgeduuwd
hijheeft voortgeduuwd
wijhebben voortgeduuwd
julliehebben voortgeduuwd
zijhebben voortgeduuwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikduuwde voort
jijduuwde voort
hijduuwde voort
wijduuwden voort
jullieduuwden voort
zijduuwden voort

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad voortgeduuwd
jijhad voortgeduuwd
hijhad voortgeduuwd
wijhadden voortgeduuwd
julliehadden voortgeduuwd
zijhadden voortgeduuwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal voortduwen
jijzult voortduwen
hijzal voortduwen
wijzullen voortduwen
julliezullen voortduwen
zijzullen voortduwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal voortgeduuwd hebben
jijzult voortgeduuwd hebben
hijzal voortgeduuwd hebben
wijzullen voortgeduuwd hebben
julliezullen voortgeduuwd hebben
zijzullen voortgeduuwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou voortduwen
jijzou voortduwen
hijzou voortduwen
wijzouden voortduwen
julliezouden voortduwen
zijzouden voortduwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou voortgeduuwd hebben
jijzou voortgeduuwd hebben
hijzou voortgeduuwd hebben
wijzouden voortgeduuwd hebben
julliezouden voortgeduuwd hebben
zijzouden voortgeduuwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijduuw voort

Verbs similar to 'voortduwen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information