verhoren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhoren

The word "verhoren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhoren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhorend
Past participle - Verleden deelwoord: verhoord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhoor
jijverhoort
hijverhoort
wijverhoren
jullieverhoren
zijverhoren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhoord
jijhebt verhoord
hijheeft verhoord
wijhebben verhoord
julliehebben verhoord
zijhebben verhoord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhoorde
jijverhoorde
hijverhoorde
wijverhoorden
jullieverhoorden
zijverhoorden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhoord
jijhad verhoord
hijhad verhoord
wijhadden verhoord
julliehadden verhoord
zijhadden verhoord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhoren
jijzult verhoren
hijzal verhoren
wijzullen verhoren
julliezullen verhoren
zijzullen verhoren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhoord hebben
jijzult verhoord hebben
hijzal verhoord hebben
wijzullen verhoord hebben
julliezullen verhoord hebben
zijzullen verhoord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhoren
jijzou verhoren
hijzou verhoren
wijzouden verhoren
julliezouden verhoren
zijzouden verhoren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhoord hebben
jijzou verhoord hebben
hijzou verhoord hebben
wijzouden verhoord hebben
julliezouden verhoord hebben
zijzouden verhoord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhoor

Verbs similar to 'verhoren'

Translations

  • interrogate, to question or quiz
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + horen.

    Additional Information