verduidelijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verduidelijken

The word "verduidelijken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verduidelijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verduidelijkend
Past participle - Verleden deelwoord: verduidelijkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverduidelijk
jijverduidelijkt
hijverduidelijkt
wijverduidelijken
jullieverduidelijken
zijverduidelijken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verduidelijkt
jijhebt verduidelijkt
hijheeft verduidelijkt
wijhebben verduidelijkt
julliehebben verduidelijkt
zijhebben verduidelijkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverduidelijkte
jijverduidelijkte
hijverduidelijkte
wijverduidelijkten
jullieverduidelijkten
zijverduidelijkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verduidelijkt
jijhad verduidelijkt
hijhad verduidelijkt
wijhadden verduidelijkt
julliehadden verduidelijkt
zijhadden verduidelijkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verduidelijken
jijzult verduidelijken
hijzal verduidelijken
wijzullen verduidelijken
julliezullen verduidelijken
zijzullen verduidelijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verduidelijkt hebben
jijzult verduidelijkt hebben
hijzal verduidelijkt hebben
wijzullen verduidelijkt hebben
julliezullen verduidelijkt hebben
zijzullen verduidelijkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verduidelijken
jijzou verduidelijken
hijzou verduidelijken
wijzouden verduidelijken
julliezouden verduidelijken
zijzouden verduidelijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verduidelijkt hebben
jijzou verduidelijkt hebben
hijzou verduidelijkt hebben
wijzouden verduidelijkt hebben
julliezouden verduidelijkt hebben
zijzouden verduidelijkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverduidelijk

Verbs similar to 'verduidelijken'

Translations

  • clarify, to make clear
  • clear, to eliminate ambiguity or doubt; to clarify
  • elucidate, make clear
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From duidelijk + ver- -en.

    Additional Information