uitspitten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitspitten

The word "uitspitten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitspitten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitspittend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgespit

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspit uit
jijspit uit
hijspit uit
wijspitten uit
julliespitten uit
zijspitten uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgespit
jijhebt uitgespit
hijheeft uitgespit
wijhebben uitgespit
julliehebben uitgespit
zijhebben uitgespit

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspitte uit
jijspitte uit
hijspitte uit
wijspitten uit
julliespitten uit
zijspitten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgespit
jijhad uitgespit
hijhad uitgespit
wijhadden uitgespit
julliehadden uitgespit
zijhadden uitgespit

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitspitten
jijzult uitspitten
hijzal uitspitten
wijzullen uitspitten
julliezullen uitspitten
zijzullen uitspitten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgespit hebben
jijzult uitgespit hebben
hijzal uitgespit hebben
wijzullen uitgespit hebben
julliezullen uitgespit hebben
zijzullen uitgespit hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitspitten
jijzou uitspitten
hijzou uitspitten
wijzouden uitspitten
julliezouden uitspitten
zijzouden uitspitten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgespit hebben
jijzou uitgespit hebben
hijzou uitgespit hebben
wijzouden uitgespit hebben
julliezouden uitgespit hebben
zijzouden uitgespit hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspit uit

Verbs similar to 'uitspitten'

Translations

  • quarry, extract by long, tedious searching
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information