uitknijpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitknijpen

The word "uitknijpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitknijpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitknijpend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeknijpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknijp uit
jijknijpt uit
hijknijpt uit
wijknijpen uit
jullieknijpen uit
zijknijpen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeknijpt
jijhebt uitgeknijpt
hijheeft uitgeknijpt
wijhebben uitgeknijpt
julliehebben uitgeknijpt
zijhebben uitgeknijpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknijpte uit
jijknijpte uit
hijknijpte uit
wijknijpten uit
jullieknijpten uit
zijknijpten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeknijpt
jijhad uitgeknijpt
hijhad uitgeknijpt
wijhadden uitgeknijpt
julliehadden uitgeknijpt
zijhadden uitgeknijpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitknijpen
jijzult uitknijpen
hijzal uitknijpen
wijzullen uitknijpen
julliezullen uitknijpen
zijzullen uitknijpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeknijpt hebben
jijzult uitgeknijpt hebben
hijzal uitgeknijpt hebben
wijzullen uitgeknijpt hebben
julliezullen uitgeknijpt hebben
zijzullen uitgeknijpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitknijpen
jijzou uitknijpen
hijzou uitknijpen
wijzouden uitknijpen
julliezouden uitknijpen
zijzouden uitknijpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeknijpt hebben
jijzou uitgeknijpt hebben
hijzou uitgeknijpt hebben
wijzouden uitgeknijpt hebben
julliezouden uitgeknijpt hebben
zijzouden uitgeknijpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknijp uit

Verbs similar to 'uitknijpen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information