tomen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tomen

The word "tomen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tomen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tomend
Past participle - Verleden deelwoord: getoomd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktoom
jijtoomt
hijtoomt
wijtomen
jullietomen
zijtomen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getoomd
jijhebt getoomd
hijheeft getoomd
wijhebben getoomd
julliehebben getoomd
zijhebben getoomd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktoomde
jijtoomde
hijtoomde
wijtoomden
jullietoomden
zijtoomden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getoomd
jijhad getoomd
hijhad getoomd
wijhadden getoomd
julliehadden getoomd
zijhadden getoomd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tomen
jijzult tomen
hijzal tomen
wijzullen tomen
julliezullen tomen
zijzullen tomen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getoomd hebben
jijzult getoomd hebben
hijzal getoomd hebben
wijzullen getoomd hebben
julliezullen getoomd hebben
zijzullen getoomd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tomen
jijzou tomen
hijzou tomen
wijzouden tomen
julliezouden tomen
zijzouden tomen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getoomd hebben
jijzou getoomd hebben
hijzou getoomd hebben
wijzouden getoomd hebben
julliezouden getoomd hebben
zijzouden getoomd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtoom

Verbs similar to 'tomen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch tômen, from Old Dutch *tōmen, from Proto-West Germanic *taumijan, from Proto-Germanic *taumijaną. Equivalent to toom (“briddle”) + -en. See: Proto-Germanic '*taumijaną'.

Additional Information