schrimpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schrimpen

The word "schrimpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schrimpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schrimpend
Past participle - Verleden deelwoord: geschrimpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschrimp
jijschrimpt
hijschrimpt
wijschrimpen
jullieschrimpen
zijschrimpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschrimpt
jijhebt geschrimpt
hijheeft geschrimpt
wijhebben geschrimpt
julliehebben geschrimpt
zijhebben geschrimpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschrimpte
jijschrimpte
hijschrimpte
wijschrimpten
jullieschrimpten
zijschrimpten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschrimpt
jijhad geschrimpt
hijhad geschrimpt
wijhadden geschrimpt
julliehadden geschrimpt
zijhadden geschrimpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schrimpen
jijzult schrimpen
hijzal schrimpen
wijzullen schrimpen
julliezullen schrimpen
zijzullen schrimpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschrimpt hebben
jijzult geschrimpt hebben
hijzal geschrimpt hebben
wijzullen geschrimpt hebben
julliezullen geschrimpt hebben
zijzullen geschrimpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schrimpen
jijzou schrimpen
hijzou schrimpen
wijzouden schrimpen
julliezouden schrimpen
zijzouden schrimpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschrimpt hebben
jijzou geschrimpt hebben
hijzou geschrimpt hebben
wijzouden geschrimpt hebben
julliezouden geschrimpt hebben
zijzouden geschrimpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschrimp

Verbs similar to 'schrimpen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch schrimpen, from Old Dutch *scrimpan, from Proto-West Germanic *skrimpan, from Proto-Germanic *skrimpaną (“to shrink”), from Proto-Indo-European *(s)ker- (“to cut off”). Cognate to English scrimp (Old English sċrimman (“to shrink”)). Related to Dutch schrompelen and schrinken. See: Proto-Germanic '*skrimpaną', English 'scrimp'.

Verbs referencing "schrimpen"

Dutch schrompelen.

Additional Information