samenkrimpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of samenkrimpen

The word "samenkrimpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: samenkrimpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: samenkrimpend
Past participle - Verleden deelwoord: samengekrimpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkrimp samen
jijkrimpt samen
hijkrimpt samen
wijkrimpen samen
julliekrimpen samen
zijkrimpen samen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb samengekrimpt
jijhebt samengekrimpt
hijheeft samengekrimpt
wijhebben samengekrimpt
julliehebben samengekrimpt
zijhebben samengekrimpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkrimpte samen
jijkrimpte samen
hijkrimpte samen
wijkrimpten samen
julliekrimpten samen
zijkrimpten samen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad samengekrimpt
jijhad samengekrimpt
hijhad samengekrimpt
wijhadden samengekrimpt
julliehadden samengekrimpt
zijhadden samengekrimpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal samenkrimpen
jijzult samenkrimpen
hijzal samenkrimpen
wijzullen samenkrimpen
julliezullen samenkrimpen
zijzullen samenkrimpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal samengekrimpt hebben
jijzult samengekrimpt hebben
hijzal samengekrimpt hebben
wijzullen samengekrimpt hebben
julliezullen samengekrimpt hebben
zijzullen samengekrimpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou samenkrimpen
jijzou samenkrimpen
hijzou samenkrimpen
wijzouden samenkrimpen
julliezouden samenkrimpen
zijzouden samenkrimpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou samengekrimpt hebben
jijzou samengekrimpt hebben
hijzou samengekrimpt hebben
wijzouden samengekrimpt hebben
julliezouden samengekrimpt hebben
zijzouden samengekrimpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkrimp samen

Verbs similar to 'samenkrimpen'

Translations

  • wince, to flinch as if in pain
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information