proesten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of proesten

The word "proesten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: proesten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: proestend
Past participle - Verleden deelwoord: geproest

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikproest
jijproest
hijproest
wijproesten
jullieproesten
zijproesten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geproest
jijhebt geproest
hijheeft geproest
wijhebben geproest
julliehebben geproest
zijhebben geproest

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikproestte
jijproestte
hijproestte
wijproestten
jullieproestten
zijproestten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geproest
jijhad geproest
hijhad geproest
wijhadden geproest
julliehadden geproest
zijhadden geproest

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal proesten
jijzult proesten
hijzal proesten
wijzullen proesten
julliezullen proesten
zijzullen proesten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geproest hebben
jijzult geproest hebben
hijzal geproest hebben
wijzullen geproest hebben
julliezullen geproest hebben
zijzullen geproest hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou proesten
jijzou proesten
hijzou proesten
wijzouden proesten
julliezouden proesten
zijzouden proesten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geproest hebben
jijzou geproest hebben
hijzou geproest hebben
wijzouden geproest hebben
julliezouden geproest hebben
zijzouden geproest hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijproest

Verbs similar to 'proesten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information