overvleugelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overvleugelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overvleugelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overvleugelend
Past participle - Verleden deelwoord: overvleugeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikovervleugel
jijovervleugelt
hijovervleugelt
wijovervleugelen
jullieovervleugelen
zijovervleugelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overvleugeld
jijhebt overvleugeld
hijheeft overvleugeld
wijhebben overvleugeld
julliehebben overvleugeld
zijhebben overvleugeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikovervleugelde
jijovervleugelde
hijovervleugelde
wijovervleugelden
jullieovervleugelden
zijovervleugelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overvleugeld
jijhad overvleugeld
hijhad overvleugeld
wijhadden overvleugeld
julliehadden overvleugeld
zijhadden overvleugeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overvleugelen
jijzult overvleugelen
hijzal overvleugelen
wijzullen overvleugelen
julliezullen overvleugelen
zijzullen overvleugelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overvleugeld hebben
jijzult overvleugeld hebben
hijzal overvleugeld hebben
wijzullen overvleugeld hebben
julliezullen overvleugeld hebben
zijzullen overvleugeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overvleugelen
jijzou overvleugelen
hijzou overvleugelen
wijzouden overvleugelen
julliezouden overvleugelen
zijzouden overvleugelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overvleugeld hebben
jijzou overvleugeld hebben
hijzou overvleugeld hebben
wijzouden overvleugeld hebben
julliezouden overvleugeld hebben
zijzouden overvleugeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijovervleugel

Translations

  • outstrip, to outrun or leave behind
  • outstrip, to exceed, excel or surpass
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    19th century, from over- (“over”) + vleugel (“flank”, literally “wing”) + -en, a calque of German überflügeln (18th c.). See: German, old spelling 'überflügeln'.

    Additional Information