overschaduwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overschaduwen

The word "overschaduwen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overschaduwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overschaduwend
Past participle - Verleden deelwoord: overgeschaduuwd

Cognates

See the 4 cognates of overschaduwen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschaduuw over
jijschaduuwt over
hijschaduuwt over
wijschaduwen over
jullieschaduwen over
zijschaduwen over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgeschaduuwd
jijhebt overgeschaduuwd
hijheeft overgeschaduuwd
wijhebben overgeschaduuwd
julliehebben overgeschaduuwd
zijhebben overgeschaduuwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschaduuwde over
jijschaduuwde over
hijschaduuwde over
wijschaduuwden over
jullieschaduuwden over
zijschaduuwden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgeschaduuwd
jijhad overgeschaduuwd
hijhad overgeschaduuwd
wijhadden overgeschaduuwd
julliehadden overgeschaduuwd
zijhadden overgeschaduuwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overschaduwen
jijzult overschaduwen
hijzal overschaduwen
wijzullen overschaduwen
julliezullen overschaduwen
zijzullen overschaduwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgeschaduuwd hebben
jijzult overgeschaduuwd hebben
hijzal overgeschaduuwd hebben
wijzullen overgeschaduuwd hebben
julliezullen overgeschaduuwd hebben
zijzullen overgeschaduuwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overschaduwen
jijzou overschaduwen
hijzou overschaduwen
wijzouden overschaduwen
julliezouden overschaduwen
zijzouden overschaduwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgeschaduuwd hebben
jijzou overgeschaduuwd hebben
hijzou overgeschaduuwd hebben
wijzouden overgeschaduuwd hebben
julliezouden overgeschaduuwd hebben
zijzouden overgeschaduuwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschaduuw over

Verbs similar to 'overschaduwen'

Translations

  • dwarf, to make appear insignificant
  • overshadow, to dominate something and make it seem insignificant
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Inherited from Middle Dutch overschaduwen; by surface analysis, over- + schaduw + -en.

    Verbs referencing "overschaduwen"

    English overshadow.

    Additional Information