outen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of outen

The word "outen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: outen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: outend
Past participle - Verleden deelwoord: geout

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikout
jijout
hijout
wijouten
jullieouten
zijouten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geout
jijhebt geout
hijheeft geout
wijhebben geout
julliehebben geout
zijhebben geout

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoutte
jijoutte
hijoutte
wijoutten
jullieoutten
zijoutten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geout
jijhad geout
hijhad geout
wijhadden geout
julliehadden geout
zijhadden geout

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal outen
jijzult outen
hijzal outen
wijzullen outen
julliezullen outen
zijzullen outen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geout hebben
jijzult geout hebben
hijzal geout hebben
wijzullen geout hebben
julliezullen geout hebben
zijzullen geout hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou outen
jijzou outen
hijzou outen
wijzouden outen
julliezouden outen
zijzouden outen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geout hebben
jijzou geout hebben
hijzou geout hebben
wijzouden geout hebben
julliezouden geout hebben
zijzouden geout hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijout

Verbs similar to 'outen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik veronderstel dat ik me in de ogen van de kapitalisten, de miljonairs en de techboys als een vijand had geout,[…] (I suppose I had outed myself as an enemy in the eyes of the capitalists, millionaires, and tech bros, […]) [2025, Bart Vanegeren, quoting Douglas Rushkoff, “'Het is hun wens, hun droom om te ontsnappen': hoe techmiljardairs zich voorbereiden op de apocalyps (en er zelfs naar uitkijken)”, in De Morgen:]

Etymology

Borrowed from English out (verb). See: English 'out'.

Additional Information