onthalen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of onthalen

The word "onthalen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: onthalen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onthalend
Past participle - Verleden deelwoord: onthaald

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikonthaal
jijonthaalt
hijonthaalt
wijonthalen
jullieonthalen
zijonthalen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb onthaald
jijhebt onthaald
hijheeft onthaald
wijhebben onthaald
julliehebben onthaald
zijhebben onthaald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikonthaalde
jijonthaalde
hijonthaalde
wijonthaalden
jullieonthaalden
zijonthaalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad onthaald
jijhad onthaald
hijhad onthaald
wijhadden onthaald
julliehadden onthaald
zijhadden onthaald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal onthalen
jijzult onthalen
hijzal onthalen
wijzullen onthalen
julliezullen onthalen
zijzullen onthalen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal onthaald hebben
jijzult onthaald hebben
hijzal onthaald hebben
wijzullen onthaald hebben
julliezullen onthaald hebben
zijzullen onthaald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou onthalen
jijzou onthalen
hijzou onthalen
wijzouden onthalen
julliezouden onthalen
zijzouden onthalen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou onthaald hebben
jijzou onthaald hebben
hijzou onthaald hebben
wijzouden onthaald hebben
julliezouden onthaald hebben
zijzouden onthaald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijonthaal

Verbs similar to 'onthalen'

Translations

  • regale, to provide a meal and entertainment
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch onthalen. Equivalent to ont- + halen.

    Additional Information