onderwijzen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of onderwijzen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: onderwijzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onderwijzend
Past participle - Verleden deelwoord: onderwezen

Cognates

See the 3 cognates of onderwijzen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikonderwijs
jijonderwijst
hijonderwijst
wijonderwijzen
jullieonderwijzen
zijonderwijzen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb onderwezen
jijhebt onderwezen
hijheeft onderwezen
wijhebben onderwezen
julliehebben onderwezen
zijhebben onderwezen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikonderwees
jijonderwees
hijonderwees
wijonderwezen
jullieonderwezen
zijonderwezen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad onderwezen
jijhad onderwezen
hijhad onderwezen
wijhadden onderwezen
julliehadden onderwezen
zijhadden onderwezen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal onderwijzen
jijzult onderwijzen
hijzal onderwijzen
wijzullen onderwijzen
julliezullen onderwijzen
zijzullen onderwijzen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal onderwezen hebben
jijzult onderwezen hebben
hijzal onderwezen hebben
wijzullen onderwezen hebben
julliezullen onderwezen hebben
zijzullen onderwezen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou onderwijzen
jijzou onderwijzen
hijzou onderwijzen
wijzouden onderwijzen
julliezouden onderwijzen
zijzouden onderwijzen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou onderwezen hebben
jijzou onderwezen hebben
hijzou onderwezen hebben
wijzouden onderwezen hebben
julliezouden onderwezen hebben
zijzouden onderwezen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijonderwijs

Translations

  • co-educate, to instruct or train
  • educate, to instruct or train
  • teach, to pass on knowledge
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    leren
    onderrichten

    Sample Sentences

    • [...] toestand vergeleek met dien, welken ik verdiende, en dus billijk van de Voorzienigheid had mogen verwachten. Ik had geleefd buiten alle kennis en vreeze Gods. Wel hadden mijne ouders mij onderwezen en vroegtijdig getracht mij de vreeze Gods in te boezemen, met een besef van mijne pligten en van de bestemming en het doel mijns levens. Maar, helaas, vroegtijdig was ik tot een zwervend leven [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch onderwisen. Equivalent to onder- + wijzen. See cognates Norwegian Bokmål undervise and Danish undervise. See: Norwegian 'undervise', Danish 'undervise'.

    Verbs referencing "onderwijzen"

    Danish undervise, German, old spelling unterweisen.

    Additional Information