meehelpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of meehelpen

The word "meehelpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: meehelpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: meehelpend
Past participle - Verleden deelwoord: meegehelpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhelp mee
jijhelpt mee
hijhelpt mee
wijhelpen mee
julliehelpen mee
zijhelpen mee

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb meegehelpt
jijhebt meegehelpt
hijheeft meegehelpt
wijhebben meegehelpt
julliehebben meegehelpt
zijhebben meegehelpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhelpte mee
jijhelpte mee
hijhelpte mee
wijhelpten mee
julliehelpten mee
zijhelpten mee

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad meegehelpt
jijhad meegehelpt
hijhad meegehelpt
wijhadden meegehelpt
julliehadden meegehelpt
zijhadden meegehelpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal meehelpen
jijzult meehelpen
hijzal meehelpen
wijzullen meehelpen
julliezullen meehelpen
zijzullen meehelpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal meegehelpt hebben
jijzult meegehelpt hebben
hijzal meegehelpt hebben
wijzullen meegehelpt hebben
julliezullen meegehelpt hebben
zijzullen meegehelpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou meehelpen
jijzou meehelpen
hijzou meehelpen
wijzouden meehelpen
julliezouden meehelpen
zijzouden meehelpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou meegehelpt hebben
jijzou meegehelpt hebben
hijzou meegehelpt hebben
wijzouden meegehelpt hebben
julliezouden meegehelpt hebben
zijzouden meegehelpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhelp mee

Verbs similar to 'meehelpen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

A compound of mee + helpen.

Additional Information