kronkelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kronkelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kronkelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kronkelend
Past participle - Verleden deelwoord: gekronkeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkronkel
jijkronkelt
hijkronkelt
wijkronkelen
julliekronkelen
zijkronkelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekronkeld
jijhebt gekronkeld
hijheeft gekronkeld
wijhebben gekronkeld
julliehebben gekronkeld
zijhebben gekronkeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkronkelde
jijkronkelde
hijkronkelde
wijkronkelden
julliekronkelden
zijkronkelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekronkeld
jijhad gekronkeld
hijhad gekronkeld
wijhadden gekronkeld
julliehadden gekronkeld
zijhadden gekronkeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kronkelen
jijzult kronkelen
hijzal kronkelen
wijzullen kronkelen
julliezullen kronkelen
zijzullen kronkelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekronkeld hebben
jijzult gekronkeld hebben
hijzal gekronkeld hebben
wijzullen gekronkeld hebben
julliezullen gekronkeld hebben
zijzullen gekronkeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kronkelen
jijzou kronkelen
hijzou kronkelen
wijzouden kronkelen
julliezouden kronkelen
zijzouden kronkelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekronkeld hebben
jijzou gekronkeld hebben
hijzou gekronkeld hebben
wijzouden gekronkeld hebben
julliezouden gekronkeld hebben
zijzouden gekronkeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkronkel

Translations

  • writhe, to twist or contort the body
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    slieren
    slingeren

    Sample Sentences

    • [...] gestaan hadden, en het hout hier veel sneller groeide dan in Engeland, een klein bosch en zoo digt was geworden, dat het overal ondoordringbaar was geworden, behalve op die plaats waar een smal kronkelend pad liep. Ik verhaalde hem, dat dit mijn kasteel en residentie was; maar dat ik, gelijk de meeste vorsten een landverblijf had, waar ik nu en dan heentrok, en dat ik hem bij gelegenheid zou [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch cronkelen, from Proto-Germanic *krunkōną. See: Proto-Germanic '*krunkōną'.

    Additional Information