kinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kinken

The word "kinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kinkend
Past participle - Verleden deelwoord: gekinkt

Cognates

See the 2 cognates of kinken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkink
jijkinkt
hijkinkt
wijkinken
julliekinken
zijkinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekinkt
jijhebt gekinkt
hijheeft gekinkt
wijhebben gekinkt
julliehebben gekinkt
zijhebben gekinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkinkte
jijkinkte
hijkinkte
wijkinkten
julliekinkten
zijkinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekinkt
jijhad gekinkt
hijhad gekinkt
wijhadden gekinkt
julliehadden gekinkt
zijhadden gekinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kinken
jijzult kinken
hijzal kinken
wijzullen kinken
julliezullen kinken
zijzullen kinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekinkt hebben
jijzult gekinkt hebben
hijzal gekinkt hebben
wijzullen gekinkt hebben
julliezullen gekinkt hebben
zijzullen gekinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kinken
jijzou kinken
hijzou kinken
wijzouden kinken
julliezouden kinken
zijzouden kinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekinkt hebben
jijzou gekinkt hebben
hijzou gekinkt hebben
wijzouden gekinkt hebben
julliezouden gekinkt hebben
zijzouden gekinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkink

Verbs similar to 'kinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "kinken"

English kink.

Additional Information