ijlen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ijlen

The word "ijlen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ijlen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ijlend
Past participle - Verleden deelwoord: geijld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikijl
jijijlt
hijijlt
wijijlen
jullieijlen
zijijlen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geijld
jijhebt geijld
hijheeft geijld
wijhebben geijld
julliehebben geijld
zijhebben geijld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikijlde
jijijlde
hijijlde
wijijlden
jullieijlden
zijijlden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geijld
jijhad geijld
hijhad geijld
wijhadden geijld
julliehadden geijld
zijhadden geijld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ijlen
jijzult ijlen
hijzal ijlen
wijzullen ijlen
julliezullen ijlen
zijzullen ijlen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geijld hebben
jijzult geijld hebben
hijzal geijld hebben
wijzullen geijld hebben
julliezullen geijld hebben
zijzullen geijld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ijlen
jijzou ijlen
hijzou ijlen
wijzouden ijlen
julliezouden ijlen
zijzouden ijlen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geijld hebben
jijzou geijld hebben
hijzou geijld hebben
wijzouden geijld hebben
julliezouden geijld hebben
zijzouden geijld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijijl

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ijl (“empty”), in phrases like ijlhoofdig (literally “empty-headed”).

Verbs referencing "ijlen"

Frisian, Saterlandic ielje.

Additional Information