hinten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hinten

The word "hinten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hinten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hintend
Past participle - Verleden deelwoord: gehint

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhint
jijhint
hijhint
wijhinten
julliehinten
zijhinten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehint
jijhebt gehint
hijheeft gehint
wijhebben gehint
julliehebben gehint
zijhebben gehint

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhintte
jijhintte
hijhintte
wijhintten
julliehintten
zijhintten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehint
jijhad gehint
hijhad gehint
wijhadden gehint
julliehadden gehint
zijhadden gehint

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hinten
jijzult hinten
hijzal hinten
wijzullen hinten
julliezullen hinten
zijzullen hinten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehint hebben
jijzult gehint hebben
hijzal gehint hebben
wijzullen gehint hebben
julliezullen gehint hebben
zijzullen gehint hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hinten
jijzou hinten
hijzou hinten
wijzouden hinten
julliezouden hinten
zijzouden hinten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehint hebben
jijzou gehint hebben
hijzou gehint hebben
wijzouden gehint hebben
julliezouden gehint hebben
zijzouden gehint hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhint

Verbs similar to 'hinten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowing from English hint See: English 'hint'.

Additional Information