hen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hen

The word "hen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hend
Past participle - Verleden deelwoord: gehd

Cognates

See the 5 cognates of hen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikh
jijht
hijht
wijhen
julliehen
zijhen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehd
jijhebt gehd
hijheeft gehd
wijhebben gehd
julliehebben gehd
zijhebben gehd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhde
jijhde
hijhde
wijhden
julliehden
zijhden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehd
jijhad gehd
hijhad gehd
wijhadden gehd
julliehadden gehd
zijhadden gehd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hen
jijzult hen
hijzal hen
wijzullen hen
julliezullen hen
zijzullen hen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehd hebben
jijzult gehd hebben
hijzal gehd hebben
wijzullen gehd hebben
julliezullen gehd hebben
zijzullen gehd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hen
jijzou hen
hijzou hen
wijzouden hen
julliezouden hen
zijzouden hen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehd hebben
jijzou gehd hebben
hijzou gehd hebben
wijzouden gehd hebben
julliezouden gehd hebben
zijzouden gehd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijh

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "hen"

English hen.

Additional Information