grijnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of grijnen

The word "grijnen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: grijnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grijnend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrijnd

Cognates

See the 6 cognates of grijnen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgrijn
jijgrijnt
hijgrijnt
wijgrijnen
julliegrijnen
zijgrijnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegrijnd
jijhebt gegrijnd
hijheeft gegrijnd
wijhebben gegrijnd
julliehebben gegrijnd
zijhebben gegrijnd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgrijnde
jijgrijnde
hijgrijnde
wijgrijnden
julliegrijnden
zijgrijnden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegrijnd
jijhad gegrijnd
hijhad gegrijnd
wijhadden gegrijnd
julliehadden gegrijnd
zijhadden gegrijnd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal grijnen
jijzult grijnen
hijzal grijnen
wijzullen grijnen
julliezullen grijnen
zijzullen grijnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegrijnd hebben
jijzult gegrijnd hebben
hijzal gegrijnd hebben
wijzullen gegrijnd hebben
julliezullen gegrijnd hebben
zijzullen gegrijnd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou grijnen
jijzou grijnen
hijzou grijnen
wijzouden grijnen
julliezouden grijnen
zijzouden grijnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegrijnd hebben
jijzou gegrijnd hebben
hijzou gegrijnd hebben
wijzouden gegrijnd hebben
julliezouden gegrijnd hebben
zijzouden gegrijnd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgrijn

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "grijnen"

English groan, Luxembourgish gréngen.

Additional Information