golfen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of golfen

The word "golfen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: golfen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: golfend
Past participle - Verleden deelwoord: gegolft

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgolf
jijgolft
hijgolft
wijgolfen
julliegolfen
zijgolfen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegolft
jijhebt gegolft
hijheeft gegolft
wijhebben gegolft
julliehebben gegolft
zijhebben gegolft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgolfte
jijgolfte
hijgolfte
wijgolften
julliegolften
zijgolften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegolft
jijhad gegolft
hijhad gegolft
wijhadden gegolft
julliehadden gegolft
zijhadden gegolft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal golfen
jijzult golfen
hijzal golfen
wijzullen golfen
julliezullen golfen
zijzullen golfen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegolft hebben
jijzult gegolft hebben
hijzal gegolft hebben
wijzullen gegolft hebben
julliezullen gegolft hebben
zijzullen gegolft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou golfen
jijzou golfen
hijzou golfen
wijzouden golfen
julliezouden golfen
zijzouden golfen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegolft hebben
jijzou gegolft hebben
hijzou gegolft hebben
wijzouden gegolft hebben
julliezouden gegolft hebben
zijzouden gegolft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgolf

Verbs similar to 'golfen'

Translations

  • golf, play golf
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English golf. Equivalent to golf + -en. See: English 'golf'.

    Additional Information