glazen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of glazen

The word "glazen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: glazen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: glazend
Past participle - Verleden deelwoord: geglaasd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikglaas
jijglaast
hijglaast
wijglazen
jullieglazen
zijglazen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geglaasd
jijhebt geglaasd
hijheeft geglaasd
wijhebben geglaasd
julliehebben geglaasd
zijhebben geglaasd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikglaasde
jijglaasde
hijglaasde
wijglaasden
jullieglaasden
zijglaasden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geglaasd
jijhad geglaasd
hijhad geglaasd
wijhadden geglaasd
julliehadden geglaasd
zijhadden geglaasd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal glazen
jijzult glazen
hijzal glazen
wijzullen glazen
julliezullen glazen
zijzullen glazen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geglaasd hebben
jijzult geglaasd hebben
hijzal geglaasd hebben
wijzullen geglaasd hebben
julliezullen geglaasd hebben
zijzullen geglaasd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou glazen
jijzou glazen
hijzou glazen
wijzouden glazen
julliezouden glazen
zijzouden glazen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geglaasd hebben
jijzou geglaasd hebben
hijzou geglaasd hebben
wijzouden geglaasd hebben
julliezouden geglaasd hebben
zijzouden geglaasd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijglaas

Verbs conjugated like 'glazen'

blozen, grazen, liefkozen, verbazen, vrezen,

Verbs similar to 'glazen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English glaze. See: English 'glaze'.

Additional Information