gelasten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gelasten

The word "gelasten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gelasten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gelastend
Past participle - Verleden deelwoord: gelast

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgelast
jijgelast
hijgelast
wijgelasten
julliegelasten
zijgelasten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelast
jijhebt gelast
hijheeft gelast
wijhebben gelast
julliehebben gelast
zijhebben gelast

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgelastte
jijgelastte
hijgelastte
wijgelastten
julliegelastten
zijgelastten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelast
jijhad gelast
hijhad gelast
wijhadden gelast
julliehadden gelast
zijhadden gelast

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gelasten
jijzult gelasten
hijzal gelasten
wijzullen gelasten
julliezullen gelasten
zijzullen gelasten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelast hebben
jijzult gelast hebben
hijzal gelast hebben
wijzullen gelast hebben
julliezullen gelast hebben
zijzullen gelast hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gelasten
jijzou gelasten
hijzou gelasten
wijzouden gelasten
julliezouden gelasten
zijzouden gelasten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelast hebben
jijzou gelast hebben
hijzou gelast hebben
wijzouden gelast hebben
julliezouden gelast hebben
zijzouden gelast hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgelast

Verbs similar to 'gelasten'

Translations

  • bid, to issue a command
  • order, to issue a command
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ge- + lasten.

    Additional Information