fraterniseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fraterniseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fraterniseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fraterniserend
Past participle - Verleden deelwoord: gefraterniseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfraterniseer
jijfraterniseert
hijfraterniseert
wijfraterniseren
julliefraterniseren
zijfraterniseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefraterniseerd
jijhebt gefraterniseerd
hijheeft gefraterniseerd
wijhebben gefraterniseerd
julliehebben gefraterniseerd
zijhebben gefraterniseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfraterniseerde
jijfraterniseerde
hijfraterniseerde
wijfraterniseerden
julliefraterniseerden
zijfraterniseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefraterniseerd
jijhad gefraterniseerd
hijhad gefraterniseerd
wijhadden gefraterniseerd
julliehadden gefraterniseerd
zijhadden gefraterniseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fraterniseren
jijzult fraterniseren
hijzal fraterniseren
wijzullen fraterniseren
julliezullen fraterniseren
zijzullen fraterniseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefraterniseerd hebben
jijzult gefraterniseerd hebben
hijzal gefraterniseerd hebben
wijzullen gefraterniseerd hebben
julliezullen gefraterniseerd hebben
zijzullen gefraterniseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fraterniseren
jijzou fraterniseren
hijzou fraterniseren
wijzouden fraterniseren
julliezouden fraterniseren
zijzouden fraterniseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefraterniseerd hebben
jijzou gefraterniseerd hebben
hijzou gefraterniseerd hebben
wijzouden gefraterniseerd hebben
julliezouden gefraterniseerd hebben
zijzouden gefraterniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfraterniseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information