dagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dagen

The word "dagen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dagend
Past participle - Verleden deelwoord: gedaagd

Cognates

See the 2 cognates of dagen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdaag
jijdaagt
hijdaagt
wijdagen
julliedagen
zijdagen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedaagd
jijhebt gedaagd
hijheeft gedaagd
wijhebben gedaagd
julliehebben gedaagd
zijhebben gedaagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdaagde
jijdaagde
hijdaagde
wijdaagden
julliedaagden
zijdaagden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedaagd
jijhad gedaagd
hijhad gedaagd
wijhadden gedaagd
julliehadden gedaagd
zijhadden gedaagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dagen
jijzult dagen
hijzal dagen
wijzullen dagen
julliezullen dagen
zijzullen dagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedaagd hebben
jijzult gedaagd hebben
hijzal gedaagd hebben
wijzullen gedaagd hebben
julliezullen gedaagd hebben
zijzullen gedaagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dagen
jijzou dagen
hijzou dagen
wijzouden dagen
julliezouden dagen
zijzouden dagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedaagd hebben
jijzou gedaagd hebben
hijzou gedaagd hebben
wijzouden gedaagd hebben
julliezouden gedaagd hebben
zijzouden gedaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdaag

Verbs similar to 'dagen'

Translations

  • culminate, astronomy: to reach greatest altitude
  • dawn, to begin to brighten with daylight
  • dawn, to start to appear, to be realized
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch dāgen, from Old Dutch *dagon, from Proto-West Germanic *dagēn, from Proto-Germanic *dagāną. See: Old Dutch '*dagon', Proto-Germanic '*dagāną'.

    Verbs referencing "dagen"

    Old English dagian.

    Additional Information