circumduceren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of circumduceren

The word "circumduceren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: circumduceren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: circumducerend
Past participle - Verleden deelwoord: gecircumduceerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcircumduceer
jijcircumduceert
hijcircumduceert
wijcircumduceren
julliecircumduceren
zijcircumduceren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecircumduceerd
jijhebt gecircumduceerd
hijheeft gecircumduceerd
wijhebben gecircumduceerd
julliehebben gecircumduceerd
zijhebben gecircumduceerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcircumduceerde
jijcircumduceerde
hijcircumduceerde
wijcircumduceerden
julliecircumduceerden
zijcircumduceerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecircumduceerd
jijhad gecircumduceerd
hijhad gecircumduceerd
wijhadden gecircumduceerd
julliehadden gecircumduceerd
zijhadden gecircumduceerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal circumduceren
jijzult circumduceren
hijzal circumduceren
wijzullen circumduceren
julliezullen circumduceren
zijzullen circumduceren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecircumduceerd hebben
jijzult gecircumduceerd hebben
hijzal gecircumduceerd hebben
wijzullen gecircumduceerd hebben
julliezullen gecircumduceerd hebben
zijzullen gecircumduceerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou circumduceren
jijzou circumduceren
hijzou circumduceren
wijzouden circumduceren
julliezouden circumduceren
zijzouden circumduceren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecircumduceerd hebben
jijzou gecircumduceerd hebben
hijzou gecircumduceerd hebben
wijzouden gecircumduceerd hebben
julliezouden gecircumduceerd hebben
zijzouden gecircumduceerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcircumduceer

Verbs similar to 'circumduceren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from Latin circumdūcere. See: Latin 'circumduco'.

Additional Information