broeien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of broeien

The word "broeien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: broeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: broeiend
Past participle - Verleden deelwoord: gebroeid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbroei
jijbroeit
hijbroeit
wijbroeien
julliebroeien
zijbroeien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebroeid
jijhebt gebroeid
hijheeft gebroeid
wijhebben gebroeid
julliehebben gebroeid
zijhebben gebroeid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbroeide
jijbroeide
hijbroeide
wijbroeiden
julliebroeiden
zijbroeiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebroeid
jijhad gebroeid
hijhad gebroeid
wijhadden gebroeid
julliehadden gebroeid
zijhadden gebroeid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal broeien
jijzult broeien
hijzal broeien
wijzullen broeien
julliezullen broeien
zijzullen broeien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebroeid hebben
jijzult gebroeid hebben
hijzal gebroeid hebben
wijzullen gebroeid hebben
julliezullen gebroeid hebben
zijzullen gebroeid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou broeien
jijzou broeien
hijzou broeien
wijzouden broeien
julliezouden broeien
zijzouden broeien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebroeid hebben
jijzou gebroeid hebben
hijzou gebroeid hebben
wijzouden gebroeid hebben
julliezouden gebroeid hebben
zijzouden gebroeid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbroei

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch broeyen.

Verbs referencing "broeien"

Luxembourgish bréien.

Additional Information