brandschatten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of brandschatten

The word "brandschatten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: brandschatten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brandschattend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrandschat

Cognates

See the 2 cognates of brandschatten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbrandschat
jijbrandschat
hijbrandschat
wijbrandschatten
julliebrandschatten
zijbrandschatten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrandschat
jijhebt gebrandschat
hijheeft gebrandschat
wijhebben gebrandschat
julliehebben gebrandschat
zijhebben gebrandschat

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbrandschatte
jijbrandschatte
hijbrandschatte
wijbrandschatten
julliebrandschatten
zijbrandschatten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrandschat
jijhad gebrandschat
hijhad gebrandschat
wijhadden gebrandschat
julliehadden gebrandschat
zijhadden gebrandschat

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal brandschatten
jijzult brandschatten
hijzal brandschatten
wijzullen brandschatten
julliezullen brandschatten
zijzullen brandschatten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrandschat hebben
jijzult gebrandschat hebben
hijzal gebrandschat hebben
wijzullen gebrandschat hebben
julliezullen gebrandschat hebben
zijzullen gebrandschat hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou brandschatten
jijzou brandschatten
hijzou brandschatten
wijzouden brandschatten
julliezouden brandschatten
zijzouden brandschatten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrandschat hebben
jijzou gebrandschat hebben
hijzou gebrandschat hebben
wijzouden gebrandschat hebben
julliezouden gebrandschat hebben
zijzouden gebrandschat hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbrandschat

Verbs similar to 'brandschatten'

Translations

  • plunder, to take all the goods of, by force (as in war) (transitive)
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch brantschatten, perhaps from Middle Low German or Middle High German. Equivalent to brandschat + -en or brand + schatten. Compare German brandschatzen. See: German, old spelling 'brandschatzen'.

    Verbs referencing "brandschatten"

    German, old spelling brandschatzen, Swedish brandskatta.

    Additional Information