boren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of boren

The word "boren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: boren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: borend
Past participle - Verleden deelwoord: geboord

Cognates

See the 6 cognates of boren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikboor
jijboort
hijboort
wijboren
jullieboren
zijboren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geboord
jijhebt geboord
hijheeft geboord
wijhebben geboord
julliehebben geboord
zijhebben geboord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikboorde
jijboorde
hijboorde
wijboorden
jullieboorden
zijboorden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geboord
jijhad geboord
hijhad geboord
wijhadden geboord
julliehadden geboord
zijhadden geboord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal boren
jijzult boren
hijzal boren
wijzullen boren
julliezullen boren
zijzullen boren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geboord hebben
jijzult geboord hebben
hijzal geboord hebben
wijzullen geboord hebben
julliezullen geboord hebben
zijzullen geboord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou boren
jijzou boren
hijzou boren
wijzouden boren
julliezouden boren
zijzouden boren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geboord hebben
jijzou geboord hebben
hijzou geboord hebben
wijzouden geboord hebben
julliezouden geboord hebben
zijzouden geboord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijboor

Verbs similar to 'boren'

Translations

  • bore, to make a hole
  • drill, to make a hole
  • gimlet, To pierce or bore holes (as if using a gimlet)
  • pry, to inquire into something that does not concern one; to be nosy
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch bōren, from Old Dutch *boron, from Proto-West Germanic *borōn, from Proto-Germanic *burōną, from Proto-Indo-European *bʰerH-. See: Old Dutch '*boron', Proto-Germanic '*burōną'.

    Verbs referencing "boren"

    English bore, Luxembourgish bueren.

    Additional Information