bewenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bewenen

The word "bewenen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bewenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewenend
Past participle - Verleden deelwoord: beweend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeween
jijbeweent
hijbeweent
wijbewenen
julliebewenen
zijbewenen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beweend
jijhebt beweend
hijheeft beweend
wijhebben beweend
julliehebben beweend
zijhebben beweend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeweende
jijbeweende
hijbeweende
wijbeweenden
julliebeweenden
zijbeweenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beweend
jijhad beweend
hijhad beweend
wijhadden beweend
julliehadden beweend
zijhadden beweend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bewenen
jijzult bewenen
hijzal bewenen
wijzullen bewenen
julliezullen bewenen
zijzullen bewenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beweend hebben
jijzult beweend hebben
hijzal beweend hebben
wijzullen beweend hebben
julliezullen beweend hebben
zijzullen beweend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bewenen
jijzou bewenen
hijzou bewenen
wijzouden bewenen
julliezouden bewenen
zijzouden bewenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beweend hebben
jijzou beweend hebben
hijzou beweend hebben
wijzouden beweend hebben
julliezouden beweend hebben
zijzouden beweend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeween

Verbs similar to 'bewenen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch bewenen. Equivalent to be- + wenen.

Verbs referencing "bewenen"

German, old spelling beweinen.

Additional Information