bevrijen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevrijen

The word "bevrijen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevrijen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevrijend
Past participle - Verleden deelwoord: bevriijd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevriij
jijbevriijt
hijbevriijt
wijbevrijen
julliebevrijen
zijbevrijen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevriijd
jijhebt bevriijd
hijheeft bevriijd
wijhebben bevriijd
julliehebben bevriijd
zijhebben bevriijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevriijde
jijbevriijde
hijbevriijde
wijbevriijden
julliebevriijden
zijbevriijden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevriijd
jijhad bevriijd
hijhad bevriijd
wijhadden bevriijd
julliehadden bevriijd
zijhadden bevriijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevrijen
jijzult bevrijen
hijzal bevrijen
wijzullen bevrijen
julliezullen bevrijen
zijzullen bevrijen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevriijd hebben
jijzult bevriijd hebben
hijzal bevriijd hebben
wijzullen bevriijd hebben
julliezullen bevriijd hebben
zijzullen bevriijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevrijen
jijzou bevrijen
hijzou bevrijen
wijzouden bevrijen
julliezouden bevrijen
zijzouden bevrijen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevriijd hebben
jijzou bevriijd hebben
hijzou bevriijd hebben
wijzouden bevriijd hebben
julliezouden bevriijd hebben
zijzouden bevriijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevriij

Verbs similar to 'bevrijen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bevrijen"

Swedish befria.

Additional Information