berijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of berijken

The word "berijken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: berijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: berijkend
Past participle - Verleden deelwoord: berijkt

Cognates

See the 4 cognates of berijken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikberijk
jijberijkt
hijberijkt
wijberijken
jullieberijken
zijberijken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb berijkt
jijhebt berijkt
hijheeft berijkt
wijhebben berijkt
julliehebben berijkt
zijhebben berijkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikberijkte
jijberijkte
hijberijkte
wijberijkten
jullieberijkten
zijberijkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad berijkt
jijhad berijkt
hijhad berijkt
wijhadden berijkt
julliehadden berijkt
zijhadden berijkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal berijken
jijzult berijken
hijzal berijken
wijzullen berijken
julliezullen berijken
zijzullen berijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal berijkt hebben
jijzult berijkt hebben
hijzal berijkt hebben
wijzullen berijkt hebben
julliezullen berijkt hebben
zijzullen berijkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou berijken
jijzou berijken
hijzou berijken
wijzouden berijken
julliezouden berijken
zijzouden berijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou berijkt hebben
jijzou berijkt hebben
hijzou berijkt hebben
wijzouden berijkt hebben
julliezouden berijkt hebben
zijzouden berijkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijberijk

Verbs similar to 'berijken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "berijken"

Swedish berika.

Additional Information