benemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of benemen

The word "benemen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: benemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: benemend
Past participle - Verleden deelwoord: beneemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeneem
jijbeneemt
hijbeneemt
wijbenemen
julliebenemen
zijbenemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beneemd
jijhebt beneemd
hijheeft beneemd
wijhebben beneemd
julliehebben beneemd
zijhebben beneemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeneemde
jijbeneemde
hijbeneemde
wijbeneemden
julliebeneemden
zijbeneemden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beneemd
jijhad beneemd
hijhad beneemd
wijhadden beneemd
julliehadden beneemd
zijhadden beneemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal benemen
jijzult benemen
hijzal benemen
wijzullen benemen
julliezullen benemen
zijzullen benemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beneemd hebben
jijzult beneemd hebben
hijzal beneemd hebben
wijzullen beneemd hebben
julliezullen beneemd hebben
zijzullen beneemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou benemen
jijzou benemen
hijzou benemen
wijzouden benemen
julliezouden benemen
zijzouden benemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beneemd hebben
jijzou beneemd hebben
hijzou beneemd hebben
wijzouden beneemd hebben
julliezouden beneemd hebben
zijzouden beneemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeneem

Verbs similar to 'benemen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • De wind benam ons de adem. (The wind took away our breath.)
  • De dief benam hem zijn portemonnee. (The thief stole his wallet.)

Etymology

From Middle Dutch benēmen, from Old Dutch bineman, from Proto-Germanic *binemaną. Equivalent to be- + nemen. See: Proto-Germanic '*binemaną'.

Additional Information