belangen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of belangen

The word "belangen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: belangen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: belangend
Past participle - Verleden deelwoord: belangd

Cognates

See the 2 cognates of belangen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbelang
jijbelangt
hijbelangt
wijbelangen
julliebelangen
zijbelangen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb belangd
jijhebt belangd
hijheeft belangd
wijhebben belangd
julliehebben belangd
zijhebben belangd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbelangde
jijbelangde
hijbelangde
wijbelangden
julliebelangden
zijbelangden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad belangd
jijhad belangd
hijhad belangd
wijhadden belangd
julliehadden belangd
zijhadden belangd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal belangen
jijzult belangen
hijzal belangen
wijzullen belangen
julliezullen belangen
zijzullen belangen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal belangd hebben
jijzult belangd hebben
hijzal belangd hebben
wijzullen belangd hebben
julliezullen belangd hebben
zijzullen belangd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou belangen
jijzou belangen
hijzou belangen
wijzouden belangen
julliezouden belangen
zijzouden belangen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou belangd hebben
jijzou belangd hebben
hijzou belangd hebben
wijzouden belangd hebben
julliezouden belangd hebben
zijzouden belangd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbelang

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "belangen"

English belong.

Additional Information