afklaren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afklaren

The word "afklaren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afklaren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afklarend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeklaard

Cognates

See the 3 cognates of afklaren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklaar af
jijklaart af
hijklaart af
wijklaren af
jullieklaren af
zijklaren af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeklaard
jijhebt afgeklaard
hijheeft afgeklaard
wijhebben afgeklaard
julliehebben afgeklaard
zijhebben afgeklaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklaarde af
jijklaarde af
hijklaarde af
wijklaarden af
jullieklaarden af
zijklaarden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeklaard
jijhad afgeklaard
hijhad afgeklaard
wijhadden afgeklaard
julliehadden afgeklaard
zijhadden afgeklaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afklaren
jijzult afklaren
hijzal afklaren
wijzullen afklaren
julliezullen afklaren
zijzullen afklaren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeklaard hebben
jijzult afgeklaard hebben
hijzal afgeklaard hebben
wijzullen afgeklaard hebben
julliezullen afgeklaard hebben
zijzullen afgeklaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afklaren
jijzou afklaren
hijzou afklaren
wijzouden afklaren
julliezouden afklaren
zijzouden afklaren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeklaard hebben
jijzou afgeklaard hebben
hijzou afgeklaard hebben
wijzouden afgeklaard hebben
julliezouden afgeklaard hebben
zijzouden afgeklaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklaar af

Verbs similar to 'afklaren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "afklaren"

Swedish avklara.

Additional Information