actualiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of actualiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: actualiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: actualiserend
Past participle - Verleden deelwoord: geactualiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikactualiseer
jijactualiseert
hijactualiseert
wijactualiseren
jullieactualiseren
zijactualiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geactualiseerd
jijhebt geactualiseerd
hijheeft geactualiseerd
wijhebben geactualiseerd
julliehebben geactualiseerd
zijhebben geactualiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikactualiseerde
jijactualiseerde
hijactualiseerde
wijactualiseerden
jullieactualiseerden
zijactualiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geactualiseerd
jijhad geactualiseerd
hijhad geactualiseerd
wijhadden geactualiseerd
julliehadden geactualiseerd
zijhadden geactualiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal actualiseren
jijzult actualiseren
hijzal actualiseren
wijzullen actualiseren
julliezullen actualiseren
zijzullen actualiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geactualiseerd hebben
jijzult geactualiseerd hebben
hijzal geactualiseerd hebben
wijzullen geactualiseerd hebben
julliezullen geactualiseerd hebben
zijzullen geactualiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou actualiseren
jijzou actualiseren
hijzou actualiseren
wijzouden actualiseren
julliezouden actualiseren
zijzouden actualiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geactualiseerd hebben
jijzou geactualiseerd hebben
hijzou geactualiseerd hebben
wijzouden geactualiseerd hebben
julliezouden geactualiseerd hebben
zijzouden geactualiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijactualiseer

Translations

  • update, to make something up to date
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bijwerken
    updaten

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French actualiser. See: French 'actualiser'.

    Additional Information