aanvangen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanvangen

The word "aanvangen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanvangen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanvangend
Past participle - Verleden deelwoord: aangevangd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvang aan
jijvangt aan
hijvangt aan
wijvangen aan
jullievangen aan
zijvangen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangevangd
jijhebt aangevangd
hijheeft aangevangd
wijhebben aangevangd
julliehebben aangevangd
zijhebben aangevangd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvangde aan
jijvangde aan
hijvangde aan
wijvangden aan
jullievangden aan
zijvangden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangevangd
jijhad aangevangd
hijhad aangevangd
wijhadden aangevangd
julliehadden aangevangd
zijhadden aangevangd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanvangen
jijzult aanvangen
hijzal aanvangen
wijzullen aanvangen
julliezullen aanvangen
zijzullen aanvangen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangevangd hebben
jijzult aangevangd hebben
hijzal aangevangd hebben
wijzullen aangevangd hebben
julliezullen aangevangd hebben
zijzullen aangevangd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanvangen
jijzou aanvangen
hijzou aanvangen
wijzouden aanvangen
julliezouden aanvangen
zijzouden aanvangen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangevangd hebben
jijzou aangevangd hebben
hijzou aangevangd hebben
wijzouden aangevangd hebben
julliezouden aangevangd hebben
zijzouden aangevangd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvang aan

Translations

  • begin, to begin
  • date, to begin
  • get, to begin
  • hit, to begin
  • start, to begin
  • begin, to start, to initiate or take the first step into something
  • start, of an activity, to begin
  • commence, begin, start
  • initiate, to begin; to start
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch aenvangen, from Old Dutch [Term?]. Equivalent to aan + vangen.

    Verbs referencing "aanvangen"

    German, Pennsylvania aafange.

    Additional Information