aansporen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aansporen

The word "aansporen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aansporen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aansporend
Past participle - Verleden deelwoord: aangespoord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspoor aan
jijspoort aan
hijspoort aan
wijsporen aan
julliesporen aan
zijsporen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangespoord
jijhebt aangespoord
hijheeft aangespoord
wijhebben aangespoord
julliehebben aangespoord
zijhebben aangespoord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspoorde aan
jijspoorde aan
hijspoorde aan
wijspoorden aan
julliespoorden aan
zijspoorden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangespoord
jijhad aangespoord
hijhad aangespoord
wijhadden aangespoord
julliehadden aangespoord
zijhadden aangespoord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aansporen
jijzult aansporen
hijzal aansporen
wijzullen aansporen
julliezullen aansporen
zijzullen aansporen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangespoord hebben
jijzult aangespoord hebben
hijzal aangespoord hebben
wijzullen aangespoord hebben
julliezullen aangespoord hebben
zijzullen aangespoord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aansporen
jijzou aansporen
hijzou aansporen
wijzouden aansporen
julliezouden aansporen
zijzouden aansporen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangespoord hebben
jijzou aangespoord hebben
hijzou aangespoord hebben
wijzouden aangespoord hebben
julliezouden aangespoord hebben
zijzouden aangespoord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspoor aan

Verbs similar to 'aansporen'

Translations

  • abet, to assist or encourage in crime
  • exhort, urge
  • goad, to incite or provoke
  • move, to excite to action
  • pique, to excite to action
  • prompt, to lead someone toward what they should say or do
  • rebuke, to criticise harshly; to reprove
  • spur, to urge or encourage to action
  • stimulate, to encourage into action
  • urge, urge
  • urge, to press the mind or will of
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From aan + sporen.

    Additional Information