aanmanen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanmanen

The word "aanmanen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanmanen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanmanend
Past participle - Verleden deelwoord: aangemaand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaan aan
jijmaant aan
hijmaant aan
wijmanen aan
julliemanen aan
zijmanen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangemaand
jijhebt aangemaand
hijheeft aangemaand
wijhebben aangemaand
julliehebben aangemaand
zijhebben aangemaand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaande aan
jijmaande aan
hijmaande aan
wijmaanden aan
julliemaanden aan
zijmaanden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangemaand
jijhad aangemaand
hijhad aangemaand
wijhadden aangemaand
julliehadden aangemaand
zijhadden aangemaand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanmanen
jijzult aanmanen
hijzal aanmanen
wijzullen aanmanen
julliezullen aanmanen
zijzullen aanmanen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangemaand hebben
jijzult aangemaand hebben
hijzal aangemaand hebben
wijzullen aangemaand hebben
julliezullen aangemaand hebben
zijzullen aangemaand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanmanen
jijzou aanmanen
hijzou aanmanen
wijzouden aanmanen
julliezouden aanmanen
zijzouden aanmanen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangemaand hebben
jijzou aangemaand hebben
hijzou aangemaand hebben
wijzouden aangemaand hebben
julliezouden aangemaand hebben
zijzouden aangemaand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaan aan

Verbs similar to 'aanmanen'

Translations

  • rebuke, to criticise harshly; to reprove
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From aan + manen.

    Additional Information