aanblazen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanblazen

The word "aanblazen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanblazen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanblazend
Past participle - Verleden deelwoord: aangeblaasd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikblaas aan
jijblaast aan
hijblaast aan
wijblazen aan
jullieblazen aan
zijblazen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangeblaasd
jijhebt aangeblaasd
hijheeft aangeblaasd
wijhebben aangeblaasd
julliehebben aangeblaasd
zijhebben aangeblaasd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikblaasde aan
jijblaasde aan
hijblaasde aan
wijblaasden aan
jullieblaasden aan
zijblaasden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangeblaasd
jijhad aangeblaasd
hijhad aangeblaasd
wijhadden aangeblaasd
julliehadden aangeblaasd
zijhadden aangeblaasd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanblazen
jijzult aanblazen
hijzal aanblazen
wijzullen aanblazen
julliezullen aanblazen
zijzullen aanblazen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangeblaasd hebben
jijzult aangeblaasd hebben
hijzal aangeblaasd hebben
wijzullen aangeblaasd hebben
julliezullen aangeblaasd hebben
zijzullen aangeblaasd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanblazen
jijzou aanblazen
hijzou aanblazen
wijzouden aanblazen
julliezouden aanblazen
zijzouden aanblazen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangeblaasd hebben
jijzou aangeblaasd hebben
hijzou aangeblaasd hebben
wijzouden aangeblaasd hebben
julliezouden aangeblaasd hebben
zijzouden aangeblaasd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijblaas aan

Verbs conjugated like 'aanblazen'

blozen, grazen, liefkozen, verbazen, vrezen,

Verbs similar to 'aanblazen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch aenblasen. Equivalent to aan + blazen.

Additional Information