granieten – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of granieten

Adjective: granieten

Indefinite Forms

masc. & fem.granieten
neutergranieten

Comparison Forms

Positivegranieten

Sample Sentences

Adjectives inflected like granieten

inbegrepen, senang, onaangesproken, bestorven, single, bedoven, benigne, bezopen, granieten, smaragden, amethisten, veertiende, veertigste, lichaamseigen, badstof, apatride, zinken, zijden, Groninger, blikken, etc. (List truncated at 20 adjectives)

Etymology

Translations